CAUSERIE

In dit hoofdstuk ga ik verder waar ik gestopt ben bij Visioenen 15. 'Causerie' is een woord dat gesprek, verhandeling over alles en nog wat kan betekenen en ik spreek dan ook over alles en nog wat , maar de ondertoon blijft gelijk.

Ik benoem dit hoofdstuk 'Causerie', de verhandelingen van Leo Riemens indachtig, die hij gaf via de radio en tijdens lezingen.


Er zijn bij gelovige en ongelovige mensen veel problemen, ziekten en ellende die terug te voeren zijn op niet opgeloste 'generatievloeken',. Je ziet dan vaak 'kruisbestuivingen'. Vrouwen komen door slechte ervaringen met mannen in de problemen; mannen door onopgeloste vraagstukken met vrouwen. Het is geen regel, maar wel een te hanteren uitgangspunt bij het oplossen van psychische en zelfs fysieke ellende.

Drie handelingen staan hierbij centraal: bewuste zelfbescherming en herhaling van riten die hiermee te maken hebben. Acceptatie van het kind in jezelf en zelfgenezing. Buiten de tijd om ( in gedachten) naar dit schaakspel terug te keren en de betreffende zielen die de psychische kwesties veroorzaken of veroorzaakt hebben daar aan te spreken. Mocht de persoon in kwestie dan vervallen in apathie of zelfs ziekte; de uitkomst is daarna meestal een bevrijding die vervolgens de ware aard van de ziel naar voren brengt. Het labyrint van onoplosbare vraagstukken en pijn verdwijnt en zolang de ziel zich hiervan bewust is, kan er geen inbreuk meer gepleegd worden op diens psyche.

Men dient in deze kwestie de macht bij zichzelf te houden. Oefening baart kunst. Vergeet niet dat gebed hierbij centraal staat. Het is de acceptatie van de Christus in de kinderziel en de vervloeiing hiervan met de mens van het ogenblik.


Het zal zo rond de tweede helft van de 19de eeuw geweest zijn dat de geleerden de koppen bij elkaar staken en in Wenen tijdens bijeenkomsten besloten om de natuur en het idee van God te bestrijden in de toenmalige maatschappij.

Het reguliere systeem was tot uitdrukking van zichzelf gekomen en besloot onverwijld de strijd aan te binden met al wat natuurlijk is en te maken heeft met het eeuwenoude Godsbesef. Reguliere medische kennis werd wetenschap en de verschillende takken van het uitgebouwde materialistisch-positivisme (lees de Anglo-Amerikaanse machtselite) heeft dan ook in 150 tot 200 jaar de tijd gehad om elk aspect van het maatschappelijk en menselijk leven te bestrijken, beïnvloeden en te beheersen. Gevolg hiervan was dat een van de meest misdadige pijlers van deze duistere wereldbeheersing - de farmacie -  de natuur geweld aan deed en de genezende middelen en plantenextracten begon te synthetiseren. De gewone mens sliep ondertussen rustig door en stemde zonder enig protest in met deze lasterlijke aanpak. Waarschijnlijk in de wetenschap dat men als deel van dit systeem ook door het systeem gedragen zou worden en verzorgd. Ondertussen zijn vele slapers er achter gekomen dat het grootkapitaal ( een geweldige uitdrukking overigens uit de vergane communistische woordenschat) tezamen met de beheersers van de wetenschap en de machthebbers deze 'synthetisering van mens en leefwereld' bewust hebben doorgevoerd om door middel van een herhaald patroon van wereldbranden, oorlogen, crises en genocide; macht, geldstroom, bezit, voedsel- en energievoorziening in hun misdadige klauwen te behouden.

Zo is het dus ook de afgelopen 20 jaar gegaan met de uitschakeling van de natuurgeneeskunde in Nederland. Machthebbers, wetenschap en politici hebben op instigatie (het moet altijd van een andere kant komen, zelfs de meest misdadige beslissingen kunnen ze niet nemen aangezien hen iedere vorm van originaliteit ten ene male ontbreekt) van WHO de strijd aangebonden met homeopathie, alchemie, zelf genezend vermogen en natuurgeneeskunde in het algemeen. De lobby van de verwerpelijke chemische industrie en de vertegenwoordigers van de farmacie menen, dat ze op hun bedorven lauweren kunnen rusten, nu het er na uitziet dat de reguliere aanpak voorgoed gewonnen heeft.

Terug naar de natuurgeneeskunde: helaas, net zo min als men de mens kan beletten om te ademen, zal men de natuur niet blijvend kunnen verkrachten en onderdrukken.

Het enige goede aan deze brutale aanval op de natuurgeneeskunde door politiek en wetenschap was de directe uitschakeling van veel onnozele vertegenwoordigers van homeopathie en natuurgeneeskunde. Zo startte de universiteit van Maastricht jaren geleden een proef om uit te vinden of iriscopisten enig inzicht konden hebben in het diagnosticeren van ziekten. Het ging hier natuurlijk niet om de uitslag van het onderzoek, maar om de premissen en hypothetische vooronderstellingen die als vernietigende eindconclusies over de hoofden der onnozelen zouden worden uitgestort.

Een homeopaat en iriscopist moet nooit de strijd aangaan met een regulier bolwerk, indien hij niet zeker is van de conditie van het slagveld. c.q. van de waarde van zijn eigen inbreng en oplossingen t.o.v. de in stelling gebrachte reguliere wapenen.

Ga nooit in op de voorwaarden van de vijand indien je je eigen voorwaarden en krachten niet kunt onderkennen. Daarnaast hebben politici die nu belangrijke banen hebben bij de farmaceutische industrie en verzekeringslobby, websites vol geschreven over de kwakzalverij van iriscopie etc. Het hoeft geen betoog dat Nederland een land van schapen en melkkoeien, voorlopig verloren schijnt voor de natuurlijke benadering; hoewel gezegd moet worden dat er een halsstarrig overschot is, dat naar de heilzame werking van de natuur blijft grijpen. Net zozeer als landen gelijk Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Wetenschap en WHO hebben hier nog veel vernietigend werk te verrichten, lijkt het wel.

De Duitse firma dr. Wolz heeft een preparaat op de markt gebracht voor mensen, honden en duiven. Deze laatste soort is zeer opvallend omdat onze eigen dr. Moerman zijn geweldige visie in de bestrijding van kanker het eerst uittestte op duiven. Het blijkt overigens bij een snelle beschouwing dat het extract van dr. Wolz op basis van vruchten etc. in een verwerkingsproces op basis van zuurstoftoevoeging, erg veel lijkt op de inzichten van dr. Moerman. Niets mis mee, dr. Wolz doet enorm goed werk. Ik sprak eens met een duivenmelker die dit middel inzette bij zijn discutabele hobby met deze vogels. Hij was zeer succesvol, want hij was schatrijk geworden!

Het schijnt dat de middelen van dr. Wolz in Duitse ziekenhuizen worden ingezet bij kankerpatiënten . A propos Duitse ziekenhuizen. In het verleden gebruikten verlichte Duitse artsen in Duitsland iriscopie bij hun diagnose. Artsen die tevens iriscopisten waren hadden een score van 75 procent, terwijl normale artsen slechts 25 procent scoorden bij hun diagnosestelling.


Annette Mueller was tijdens haar leven een internationale legende op het gebied van diagnose met behulp van de door haar gedoceerde psycho-fysiognomie. Zij had deze kennis verworven bij de Belgische professor Bouts, een geleerde en ziener die door de regulieren verguisd werd en verworpen.

Ik heb een studieboek in het bezit dat ik van Annette Mueller heb gekregen en daarin staat de kennis van de gelaatkunde die -let wel- door de artsen van de westerse landen werd beoefend.

Hoe hypocriet kun je zijn! Deze inzichten worden aan de bleue jonkskens en meiskes die graag dokter willen worden niet meer geleerd. Het boek bestaat niet eens meer.

Niet alleen het gelaat laat jaren voor het uitbreken van enige ziekten de symptomen zien; ook rug, voeten, handen en zelfs billen doen dat. Denk maar eens aan de oude Chinese geneeskunde van acupunctuur en de signalen van de organen via de meridianen. Maar ja, zoals je in het Christelijk geloof de halsstarrige volgers van een uitgesleten pad hebt, heb je die ook in de rest van de wereld en de reguliere geneeskunde.

Iriscopie, gecombineerd met patho-fysiognomie en homeopathie is de weg bij bestrijding van ziekten. Ikzelf ben daar het levende bewijs van. Bij elke controle van mijn bloed vragen de artsen om een onderhoud, omdat ze niet kunnen en willen begrijpen dat een man van in de zestig het bloedbeeld van een 25-jarige kan hebben.

Mijn familie wordt geteisterd door een hele reeks vreselijke ziekten; zoals suikerziekte waaraan een van mijn broers op jonge leeftijd is overleden en een zuster op 60-jarige leeftijd. Daarnaast hebben we last van ijzerstapeling  en van een ijzerstapelingsziekte in het bijzonder: de bijna onbekende vorm van aceruloplasminemia . Deze laatste ziekte is op middelbare leeftijd vrijwel dodelijk, omdat allerlei organen het dan laten afweten en vroegtijdige dementie kan voorkomen;  vooral gecombineerd met suikerziekte.

Zodra bij mij veel te hoge ijzerwaarden werden geconstateerd op middelbare leeftijd, zag ik de bui al hangen. Ik heb mijn heil gelukkig niet gezocht bij de reguliere medicijnmannen, die nota-bene- als enig soelaas aderlating konden aanbieden! Aderlating, ik vraag het u! Zijn we nu in de Middeleeuwen of eerder teruggekeerd naar het stenen tijdperk! Ik denk persoonlijk dat we nog in de Middeleeuwen verkeren, aangezien de reguliere tovenaars mijn arme zuster die gekweld werd door suikerziekte, aceruloplasminemia en dementie als pleister op de wonde een hele reeks elektroshocks hebben toegediend. Een paar jaar later was ze dood.

Iedere arts die ook natuurgeneeskundige is en/of acupuncturist, weet en zal u vertellen dat het lichaam bestaat en leeft bij de gratie van een evenwichtige balans tussen magnetisme en elektriciteit. Deze gevoelige balans wordt door dergelijke ingrepen verknoeid.

Even terug naar aceruloplasminemia: een homeopathische kuur van 3 tot 6 maanden gepaard gaande met flinke buikpijnen bij het verlaten van het ijzer uit mijn lichaam, veroorzaakte een bloedspiegel met normale ijzerwaarden. Het ijzer is ook niet in het weefsel gekropen; zo werkt homeopathie niet.


Van kindsbeen af ben ik gecharmeerd door muziek en vooral door de klanken die de mens zelf kan voortbrengen (zang).  Ooit wilde ik dirigent worden en gewapend met attributen uit moeders keuken, ging ik parmantig voor de radio staan en zwaaide met pollepels en ander gerief op de maat van melodieuze muziek heen en weer. Spoedig kwamen de verlokkingen van andere beroepen voor mijn vizier, zoals de vrijheid van het piloten vak of de kleine macht van de lokale politiefunctionaris in zijn donkerblauw uniform, afgezet met glimmende knopen. Tijdens het groeien der jaren verloor ik met het achteruitgaan van mijn ogen, tevens het uitzicht op de vrijheid van de vliegeniers, maar gelukkig groeide het verstand wel en liet ik het beroep van politieagent voor wat het was.

Het plechtige moment staat mij nog voor ogen, toen mijn moeder in de bloei van haar leven besloot om een pick-up aan te schaffen. Tezamen met mijn vader kwam zij aanzetten met een in groen namaakleder overtrokken draagbare platenspeler. Zo eentje waarvan het deksel dienst deed als geluidsbox. Voor mij had zij een kleine 45-toeren plaat gekocht waarop nijvere kinderstemmen Oudhollandse liedjes ten gehore brachten; zoals 'zeeman mag ik over varen en 'in Holland staat een huis'. Ik vroeg me echt af wie in godsnaam nu ergens naartoe wilde over varen en wat dit huis ergens in een onbekend land, Holland genaamd, ermee te maken had; maar de betoverende geluidsgolven die dit wonder der techniek voort bracht, werden op grootse manier bekroond met een glazen carrouselletje, dat je boven op het plaatje diende te zetten.  O wonder, de tekeningen die aan de binnenkant van het plaatje waren aangebracht, leken dan in de spiegeling van het glazen tentje tot leven te komen en een knipogend gezellig bootje stoomde dan door de golfjes, terwijl een vrolijk fluitje bovenop het bootje af en toe een stoomwolkje afgaf. Ik zou er een aardig bedragje voor over hebben om dit plaatje tezamen met het carrouselletje nor een keer te horen en te zien.

Bij mijn weten  heeft mijn moeder tegelijk met de aankoop van de pick-up 2 langspeelplaten aan geschaft. Hier begon dan een jarenlange queeste die mij bracht tot op niveau beheersen van de zangstem op basis van de belcanto-techniek, die jarenlange oefening vereist en leidt tot de bekwaamheid die een zanger tot grote hoogte kan brengen.

Degene die hier alles van wist was de onvolprezen operajournalist Leo Riemens over wie ik al eerder heb geschreven. Deo volente ga ik aan hem nog een hele website wijden. A propos zangstem: de menselijke stem is een merkwaardig iets. Iedereen wil en kan tegenwoordig zingen; er zijn televisieprogramma's te over die zich richten op de jongen en bijna afgestorven seniorstem. Helaas zijn er weinig mensen die blijk geven van een goed gevoerde en op adem gesteunde stem; hoewel ik moet zeggen dat het talent tegenwoordig weer de pan uitrijst: de ene stem is mooier dan de andere. In het amusementsgenre vind je eindeloos veel mannen- en vrouwenstemmen die allemaal en dubieuze techniek hebben, gebaseerd op het nadoen van een bepaalde klank en zanger(es) binnen een door hen gewilde richting. De stemmen zijn mooi maar ontberen meestal iedere vorm van originaliteit. Iets dat tegenwoordig welhaast moet, wil je een publiek boeien. Ik persoonlijk heb regelmatig opera gezongen: solo en in gezelschappen. Soms met orkestbegeleiding, maar meestal begeleid door piano .Ik zong in kerkoren, operakoren en in operagezelschap. Met amateurs en professionals samen. Er zijn geen grotere ego's en vaak ook onaangenamere mensen dan zangers in het klassieke genre. Dit komt vaak door de enorme spanning waaronder deze mensen werken en de enorme aanslag die een repertoire op de zangstem kan plegen. Laten we niet vergeten dat de grote zangers niet voor niets wereld - beroemd zijn: er zijn maar weinigen die in deze wereld jarenlang overeind blijven. George London zong als muzikale reus met een verlamde stemband (!) en was ernstig ziek en overleed op 64-jarige leeftijd. Ettore Bastianini zong slechts tot 44-jarige leeftijd en stierf aan keelkanker (!). Onze eigen Limburgse troubadour Jochem Erens was begiftigd met een enorme muzikaliteit en eens schitterende bariton. Hij wilde graag opera zanger worden en zijn toch al imposante hoogte verder uitbouwen. Hij stierf op zeer jonge leeftijd aan een hersenbloeding (!). Onze eigen Tom Brand stierf aan een hartaandoening, terwijl hij midden in het muzikale leven stond.

Wegens omstandigheden ben ik bijna 20 jaar lang gestopt met zingen. Op het moment dat ik mijn vak niet meer kon beoefenen door een door hoge bloeddruk veroorzaakte trombose aan mijn ogen en ik voor het licht in mijn ogen vreesde, ben ik- na een geruime tijd van ziekvieren-  op aanraden van Liesbeth weer begonnen met zang. Zij raadde mij tevens aan om een moestuin te nemen, zodat wij onze eigen groente konden verbouwen: deze tuin groeide uit tot twee tuinen en ik vind grond omspitten het meest ontspannende wat er is !

Terug naar de 2 langspeelplaten van mijn moeder. Op de ene kwelen zoete ongeschoolde tenoren Napolitaanse liedjes uit de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. Op de andere plaat is Maria Callas te horen. Beide geluidsdragers heb ik nog en zijn tot op de draad versleten door tientallen jaren van gebruik.

Zang gaat altijd over adem; zeg nooit tegen een zanger dat de stem door lucht gedragen wordt. Hij of zij gaat geheid hyperventileren. Adem dus! Adem is eigen aan veel levende wezens. In Prediker 3 vers 21 staat: 'Wie bemerkt dat de adem der mensenkinderen opstijgt naar boven en dat de adem der dieren neerdaalt naar beneden in de aarde?' Deze uitspraak kan dezelfde inhoud hebben als de kennis hierover uit de psychognomie: wie met open mond ademt, heeft zuurstof nodig voor de lichamelijke functies (denkt niet bijzonder na; leeft bijna automatisch). Wie door de neus ademt zorgt dat de zuurstof naar de hersenen gaat.

Adem is het beginsel van het leven; dan wel een van de voorwaarden om in leven te blijven. Het Griekse woord 'pneuma' betekent 'geest', maar ook 'adem'. Het woord is afgeleid van het werkwoord 'pneo' en verwijst naar 'krachtig in beweging gebrachte lucht ( hier wel dus)'.  Overdrachtelijk betekent het 'geest' om de onzichtbare kracht van leven en denken weer te geven. Adem wordt in de Bijbel ook vermeld, wanneer er sprake is van de grootse macht in en buiten de kosmos. Handelingen 17 vers 35: 'en (God) wordt ook niet door mensenhanden verzorgd alsof Hij iets nodig heeft, daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft'.

Vervolgens 2 Thes . vs 8 'En dan zal de wetteloze geopenbaard worden die de Here Jezus zal verteren door de adem van zijn mond en ten niet doen door de verschijning van zijn komst...'. Opvallend is dat hier sprake is van de Schepper die boven alles en allen staat en naar Zijn goeddunken de 'adem, leven en alles' aan ieder schepsel geeft. Dan is er sprake van de Heer Jezus, die de goddelijke sferen verliet en als mensenkind ter wereld kwam.

Op dat ogenblik werd ook Hem de levensadem in de neus geblazen. Jezus is voor de gelovige Christen opgestaan uit de dood en beschikt vanaf dat moment over een onsterfelijk lichaam. Een opstandingslichaam dat verder aan alle principes van het leven beantwoordt (tijdens zijn verschijning aan de discipelen at Hij een stuk vis), maar daar tegelijk bovenuit stijgt. Iets wat Paulus ons ook in het vooruitzicht stelt, zodra 'dit sterfelijke onsterfelijkheid aandoet'. (Kor.15 vs 53). Christus Jezus zal ooit de boze verteren door de adem van Zijn mond. Hij beschikt zelfs op dit grote moment buiten de Tijden over adem van een goddelijk gehalte. Aan de hand van deze teksten kunnen we dus stellen dat adem het levensprincipe is voor de levende wezens op deze aarde. Tegelijk verwijst Paulus naar de onsterfelijke status die in het verschiet ligt voor de Volheid. Adem is dus een zeer bijzonder gegeven, zowel hier op aarde als in de toekomst. Het heeft ongeveer tot de 17de-18de eeuw geduurd, alvorens men ontdekte dat de menselijke stem (die tenslotte drijft op een goed gestuurde adem), een volledig gebruik van de natuurlijke resonanties van het lichaam kon maken; door het strottenhoofd minutieus te laten zakken. Tijdens het gapen gebeurt exact hetzelfde, wat een heel natuurlijke reactie is. Er bestond dus geen enkel gevaar om het principe van het gapen toe te passen bij deze nieuwe zangtechniek. Het gebruik van de iele kopstem, dat zo eigen is aan de muziek uit de late Middeleeuwen en Renaissance, verloor meer en meer aan terrein. Er stak een andere kunstvorm de kop op en wel de combinatie van zang en toneel, samengebald in het verschijnsel opera.

In de Belcanto zangtechniek wordt de kunstenaar zich pas bewust wat een goede ademhaling inhoudt. Er zal wel geen zanger op de wereld zijn, die niet overtuigd is van het mysterieuze en goddelijke aspect van de adem. Zangers kunnen over het algemeen vrij oppervlakkig zijn, met een aardse en materialistische kijk op het leven. Zodra iemand over een goede ademhaling begint, zullen zij abrupt zwijgen (omdat zij overtuigd zijn van de complexiteit van dit gegeven), of er eindeloos over doorpraten. In het allerlaatste geval camoufleren zij hun onwetendheid en gebrekkige kennis over een goede ademtechniek, of luchten hun hart, net omdat zij deze netelige technische kwestie na veel oefening meester zijn geworden.

Wil men de klassieke zang in lied en opera goed beheersen, is het een absolute noodzaak om de techniek goed onder de knie te krijgen. Weliswaar overheersen tegenwoordig de lyrische zangstemmen, die bij uitstek geschikt zijn om de werken van Mozart e.a. uit te voeren. Ik ben ervan overtuigd dat men in de bloeitijd van de opera (19de eeuw) over veel meer technisch inzicht beschikte dan nu het geval is. Lees eens de boeken van grote zangers en zangeressen uit deze vervlogen tijd. Veel van deze geschriften worden natuurlijk alleen door de schrijver zelf begrepen. Laten we eerlijk zijn, wie begrijpt nu alles wat Lilly Lehmann beschrijft voer de edele zangkunst? Tegenwoordig zijn er zeer uitgebreide werken te verkrijgen over de functie van de stembanden en het daarmee samenwerkend lichaam. Dit zijn eerder boeken vol fysisch-technische informatie, dan dat je daar wat aan hebt als zanger.

Overvloedige technische informatie is interessant voor degenen die zich hierin willen verdiepen en ik vraag me af of ze beladen met al deze nieuw verworven kennis überhaupt één toon kunnen uitbrengen. Kennis als ballast. In ieder geval voor een zanger. Zelfs wanneer hij of zij de leeftijd van 70 - 80 jaar bereikt en zijn kunst op toneel ten uitvoering wil brengen, zal hij of zij moeten blijven oefenen en studeren. De grote tenor Lauri-Volpi (schrijver van 'Voci Parallele'), bracht de beroemde aria en cabaletta uit Íl Trovatore' ten gehore, toen hij achter in de zeventig was en stokdoof. In dit stuk komen hoge C's voor die de man bijna feilloos zong. Hij opereerde op het hoogste niveau dat een zanger kan bereiken en ging af op zijn enorme ervaring en de trillingen van zijn stem die hij nog kon voelen.

Nu we toch aan het babbelen zijn over de zang, wil ik het nog even hebben over mijn ervaring hiermee. Een kleine twintig jaar geleden maakte ik deel uit van een ensemble dat voornamelijk vergeten opera's aan een breder publiek wilde voorstellen. De groep stond onder leiding van een bekende en reeds lang overleden dirigent. Het was een samenstelling van amateurs en professionals. dat bracht van de kant van de profi's frictie mee omdat ze zich eigenlijk liever niet afgaven met 'hobbyisten'. Het liep echt uit op regelrechte scheldpartijen. Hoe dan ook; ergens anders heb ik reeds vermeld dat zangers vaak onaangename mensen zijn, vanwege de constante druk waar ze aan blootgesteld zijn. We willen het ze daarom maar vergeven. Toen ter tijd bezat ik een redelijke zangtechniek, maar kon dit niet als volmaakt of afdoende beschouwen. Het ging me redelijk goed af in het vakgebied van de bas-bariton en vanwege mijn goede diepte kon ik tijdens uitvoeringen van duetten, terzetten, kwartetten en zelfs sextetten mooi de baspartij voor mijn rekening nemen. We hebben hele leuke concerten gegeven in de provincie en zelfs in Duitsland. Ik heb ooit een duet gezongen met een afgezongen Duitse operazanger die zijn hele leven op de bühne had gestaan. Man, wat was ik nerveus! Het ging gelukkig wel redelijk. Het was een sterfscène, dat weet ik nog en de rest van de groep heeft me daarna de hele dag gepest met de zoetsappige gelaatsuitdrukking van de man tijdens zijn optreden.

Jaren later was ik in mijn vrije tijd druk bezig met organisaties die zich door heel Europa en Zuid-Amerika bezighielden met het beschermen van dieren. Er werden talloze castratiecampagnes gehouden, dieren bemiddeld en asielen gebouwd en hersteld. Een drukke en enerverende tijd, waarin ik veel ellende direct verwerkte en met een oplossing kwam. Niet altijd met het gewenste succes; maar over het grote geheel genomen, tevreden stellend.

Ik had dan ook op gegeven moment bijna een twintigtal jaren niet meer serieus gezongen. Liesbeth spoorde mij aan om twee dingen te doen: een volkstuin te nemen en weer eens echt te gaan zingen. Zo gezegd zo gedaan: in de stad huurde ik bij de muziekschool wekelijks een ruimte om een á twee uur te oefenen. Ik ging aan de slag; maar wat een ravage die stem!  Ik kon op basis van de mij bekende techniek nauwelijks nog een toon uitbrengen. Ik diende weer van voor af aan te beginnen en ontdekte dat mijn stem geleden had door de veroudering. Een oudere stem kan veel problemen tegenkomen, die in de jeugd onbekend waren; indien je echter techniek bezit kun je deze kwesties het hoofd bieden. Ik maakte de raarste dingen mee: rauwe hese stem, een stem die kraakt etc. Tijdens een concert bleef mijn stem maar groeien en het leek wel een kudde op hol geslagen olifanten die ik niet meer kon beheersen. De mensen vonden mijn stem nogal altijd mooi en interessant, maar ik wist wel beter. Het zingen van opera aria's ging me niet meer goed af. ik haalde de hoogte wel, maar nadien was mijn stem te uitgeput. Ik vond eerder dat ik loeide dan dat ik zong.

Zo verliet ik langzamerhand de techniek van operazang en ging steeds meer over op het gebruik van een rustig zingende en bijna sprekende stem; wat me uiterst geschikt maakte voor het amusementsgenre. Ik weet nog hoe ik "Mediterranee" zong van Toon Hermans voor een uitzinnig publiek. Iedereen zong en brulde mee, want het was een gezelschap van bijna allemaal getrainde amateurzangers. Wanneer ik op het podium sta en mijn zenuwen de baas ben, dan kan ik de gekste dingen doen, wat in het geval van een meezinger van Hermans natuurlijk 'kat in het bakkie is'. Ik heb nog nooit zo een applaus gehad en stond naderhand net als iedereen te bulderen van het lachen.

Momenteel ga ik steeds verder met het rustig sprekende gebruik van mijn zangstem. tezamen met een zanger/gitarist van populaire liedjes, die ook nog eens een studio heeft. Je kunt opera techniek dan ook vrijelijk gebruiken en mixen met de spreek/zangstem. De gitarist zegt altijd': "Je hebt wel een klassieke zangstem, maar uiteindelijk ben je meer geschikt voor het populaire genre. Opera kent een geringe aanhang, maar populaire songs hoort iedereen altijd graag". Hierin heeft hij gelijk gekregen. Adee opera en leve het amusement en leve de 'niemendalletjes' van Leo Riemens!






Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin